|
NRC Handelsblad 1 Juli 2005 Cas de Stoppelaar maakt in zijn roman Olifantenpolo
op tamelijk luchtige toon gewag van deze slachting, zonder nader op de
vermoedelijke motieven van de kroonprins in te gaan. Nepal, zo schrijft hij
ironisch, was toen heel even 'hot' en van alle kanten kwamen de journalisten
ingevlogen. Maar al spoedig zou het land in de vergetelheid terugzinken.Wie
interesseert zich voor dit Aziatische land zonder bodemschatten en zonder
uitgesproken politieke waarde, op wat Himalaya-gangers
on beklimmers van de Mount Everest en de Dhaulagiri
na? |
|
|
In de jaren tachtig schreef De Stoppelaar, van huis uit bioloog, later benoemd tot honorair Consul-generaal van Nepal, regelmatig over zijn Nepalese ervaringen in deze krant. Dat leidde tot twee verhalenbundels: De lotuseters (1983) en Beethoven in Darjeeling (1990). Nu, vijftien jaar later, achtte hij de tijd rijp voor nieuwe Nepal-literatuur.
In Olifantenpolo schrijft hij, ongetwijfeld ook
weer gebruikmakend van eigen ervaringen, over de moeizame bouw, het succes,
de teloorgang en de uiteindelijke afbraak van een hotel aan de rand van
Kathmandu, met uitricht op de bergen. Het is meteen duidelijk dat hier een
liefhebber aan het woord is. Iemand die houdt van het land,
de Nepalezen, 'de didis' die de boel schoonhouden,
de bergen, de stilte, de tempels, de offerrituelen, maar ook van de stoffige
omstandigheden, de armoe, de ongelijkheid, de hitte, het vuil, de corruptie,
de politieke troebelen, de wanorde en de afzetterij. Hoofdpersoon is Oscar Oomen,
die in zijn levensonderhoud voorziet door Europese wandelaars geheel verzorgd
rond te leiden door de Himalaya. Tussendoor laat hij een bevriende Limburgse
timmerman samen met een hele stoet Nepalese arbeiders een hotel bouwen. De
westerse toeristen zorgen ervoor dat hij, na een verbroken huwelijk in
Nederland, in de jaren tachtig als een soort vorst in Nepal kan Ieven. Hij wordt door 'onzichtbare handen' bediend en
zonder morren van allerlei gemakken voorzien. Aan de ene kant is er het Europese leven dat zich
afspeelt in studentenkamers, onduidelijke relaties en in betrekkelijke
autonomie. Aan de andere kant is er het Aziatische leven met zijn
hiërarchische structuur, waarin een gewone Hollandse jongen zich al gauw een
hele piet of 'sahib' kan gaan voelen, omdat hij personeel heeft en
olifantenpolo speelt met zakenmensen en ambassadeurs. De Stoppelaar karakteriseert Oscar als een
tussenpersoon, iemand die zich in Nederland noch in Nepal helemaal op zijn
gemak voelt en voortdurend last heeft van schuldgevoelens. Zijn manier van
vertellen, quasi onverschillig en een beetje op de toon van jongens onder
elkaar, doet denken aan die van F. Springer, al is De Stoppelaar een stuk wijdlopiger. Neem bijvoorbeeld deze passage waarin Oscar
iets wil opschrijven: 'Hij pakt een pen uit de la en neemt een vel papier van
de stapel. De pen doel hel niet, dus pakt hij een potlood, waarvan de punt
breekt zodra hij hel papier aanraakt. Hij rommelt in de la en vindt een oude
viltstift die wel schrijft.' Oscar maakt van alles mee: een echtscheiding, een
dood kind, een vriendin die ervandoor gaat, een aanranding door een woeste
Amerikaanse ambassadrice, een politieke omwenteling, de ineenstorting van het
toerisme, onderhandelingen met maoïstische rebellen en een koninklijk
schietdrama. We volgen Oscar door de jaren heen, van 1979 met grote
tussenpozen tot 2002. Hij ziet geen kans een bestendige
relatie op te bouwen, heeft op zijn 55ste kind noch
kraai, hij besteedt zijn aanvankelijk succesvolle en later ziellogende hotel
uit aan iemand anders en het is onduidelijk wal hij uitvoert in Nederland als
hij is teruggekeerd, behalve heimwee koesteren naar Nepal. 'Zou het ooit nog wat met hem worden?' vraagt hij
zich op zeker moment dan ook af. Nee, niet echt, moet wel het antwoord zijn.
Dat geldt ook een beetje voor het boek over Oscar. Het kabbelt gestaag voort,
met een leuk detail en een spannende anekdote hier, een kwinkslag en een
droge opmerking daar en met tussendoor interessante informatie over Nepal:
bezienswaardigheden, landschappelijke bijzonderheden, gebruiken,
eigenaardigheden, sociale en politieke verhoudingen. De conclusie moet wel
zijn dat er aan de romantechniek van De Stoppelaar nog wel wat bij te schaven
valt. Maar de Consul in hem kan tevreden zijn: Nepal slaat voorlopig weer
even op de kaart. |
|