Haarlems Dagblad Augustus 2005

'Mijn hoofdpersonage is de donkere kant van mijzelf'
 

 

Door Paul Lips

 

BLOEMENDAAL ,,De moesson spoelt alles schoon’’ zegt de in Bloemendaal woonachtige auteur Cas de Stoppelaar als hij de voordeur opent en de druipnatte verslaggever binnenlaat. Hij maakt daarmee een verwijzing naar zijn roman Olifantenpolo, waarin de hoofdpersoon kan genieten van het effect van een fikse regenbui. Het stof spoelt van de straten, de bloemen barsten uit hun knoppen, het gras kleurt groen, de rivier vult zich met water en de buffels wentelen zich in de modder. Cas de Stoppelaar is Consul generaal van Nepal in Nederland , en mede-eigenaar van het Summit Hotel in Kathmandu. In april van dit jaar zag zijn eerste roman het daglicht.

De omslagfoto toont een tempel in aanbouw, omringd door schots en scheve bamboesteigers. ,,Kijk, hier onderaan had eigenlijk ’roman’ moeten staan’’, zegt De Stoppelaar. ,,Nu kunnen mensen wellicht denken dat het om een boek met reisverhalen gaat.’’ We zitten in zijn zelfgebouwde tuinhuis, waar hij verschillende werkzaamheden verricht. ,,Maar elders in Bloemendaal, bij de hockeyvelden heb ik een prieel, waar ik ongestoord kan schrijven. Daar ben ik drie jaar geleden aan deze roman begonnen.’’

Olifantenpolo vertelt de avonturen van Oscar Oomen, van huis uit bioloog, die een splinternieuw hotel laat bouwen aan de rand van Kathmandu. Het is een heel gedoe om de bouwwerkzaamheden in goede banen te leiden, met tientallen door elkaar krioelende werknemers en leveranciers die de zaak proberen te flessen. Politieke onrust doet het land ook al geen goed.


 

 De Stoppelaar putte voor Olifantenpolo uit zijn eigen belevenissen in Nepal, die inmiddels een periode van vijfendertig jaar omspant. Begin jaren zeventig kwam hij er voor het eerst. ,,Het was echt een toevalsverhaal’’, legt hij uit. ,,Mijn zusje had een vriendje, die tijdens een bezoek meldde: ’mijn vader gaat binnenkort naar Nepal toe’. Toen dacht ik bij mezelf: dat wil ik ook! En ik mocht mee. Ik was eerder al eens in de Franse Alpen geweest. Het door de natuur trekken, weg zijn van de gebaande paden sprak me aan.In de Himal Alaya wist ik niet wat ik meemaakte, achthonderd kilometer bergen helemaal voor mij alleen.
Adembenemend. Soms kwam ik in dorpen waar nog nooit een westerling was geweest. Ik vatte direct een enorme liefde op voor dat land. Verslavend leuk. En later kon ik er als bioloog op kosten van de Leidse Universiteit mijn doctoraal gaan doen. Een geweldig leven.Ongebonden, ouderwets vrijbuiten, je gang gaan.’’

Hij glimlacht. ,,In Nepal gaat eigenlijk alles vanzelf. Als jongeman van begin twintig ben je direct met personeel in de weer. Dat moet ook wel, want er is geen water uit de kraan, er is geen stroom uit het stopcontact, er is geen boodschap te doen zonder een worsteling op de markt. Dus je krijgt al snel mensen die dat graag voor je doen. Sommige Nederlandse bezoekers keken me vreemd aan in die tijd. Zij vonden mij maar een koloniaal. Dat is het dilemma: aan de éne kant gebruik ik het land, aan de andere kant schep ik toch werkgelegenheid door trektochten te organiseren en een hotel te bouwen.’’
Zonder enige kennis van het hotelwezen en zonder architect trotseerden De Stoppelaar, zijn companen en personeel tegenslagen als rottend hout, kromme gegalvaniseerde buizen, gebroken bakstenen, niet plakkend cement of roestende spijkers. In 1980 stond het Summit Hotel overeind. Een drukke tijd brak aan.
 

Verschillende prominente Nederlanders wisten na een invitatie de weg naar Kathmandu te vinden, zoals Adriaan van Dis. De Stoppelaar imiteert hoe Van Dis het hotel binnenwandelde en sprak: ’Cŕs, hiér gaan wij een boek over schrijven’. Triomfantelijk: ,,Adriaan kwam er daarna natuurlijk niet meer onder uit om de officiële presentatie te doen. Hij deed dat met een mooie toespraak.’’
De reacties op Olifantenpolo zijn over het algemeen positief. ’Het lijkt net alsof ik er zelf geweest ben’ schrijft een mevrouw op het forum van de website. ’Een van de beste boeken die ik heb gelezen’, schrijft een meneer. En weer een ander: ’Meneer De Stoppelaar wat een verrukkelijk boek. Er is maar een nadeel en dat is dat ik het bijna uit heb’.

Hoofdfiguur Oscar Oomen in het boek is een nogal dominante figuur, die haarfijn weet hoe het hotel gebouwd moet worden, leveranciers met argwaan beziet en in relaties met vrouwen nogal bezitterig overkomt.

Hoe ziet De Stoppelaar zelf zijn hoofdpersonage? ,,Als de donkere kant van mijzelf. Een egocentrische man.Het prototype van de koloniaal, die echt de baas wil zijn en uiteindelijk ten gronde gaat. Ik ben Oscar niet, maar aspecten van hem zitten in mij. Ik vond het aardig om die trekjes er uit te lichten, wat zwaarder aan te zetten.’’

’Olifantenpolo’ van Cas de Stoppelaar is verschenen bij uitgeverij Balans. Meer informatie op www.olifantenpolo.nl. Op vrijdag 16 september geeft Cas de Stoppelaar vanaf 20.00 uur een lezing bij Boekhandel Bloemendaal, Bloemendaalseweg 123a.